Hoge Raad handhaaft standpunt over externe persoonlijke Bestuurders-aansprakelijkheid

Publicatie Bb 2018/55 - 2018

Mr. H.J. de Kraker

In deze uitspraak bespreekt de auteur het arrest van de Hoge Raad van 30 maart 2018 (ECLI:NL:HR:2018:470 (Eisers/TMF c.s.) over externe persoonlijke bestuurdersaansprakelijkheid.

Kern
In deze uitspraak maakt de Hoge Raad nadrukkelijk onderscheid tussen interne bestuurdersaansprakelijkheid op grond van art. 2:9 BW (in beginsel collectief) en externe bestuurdersaansprakelijkheid op grond van art. 6:162 BW (persoonlijk). De Hoge Raad bevestigt dat het beginsel van collectieve aansprakelijkheid niet geldt voor aansprakelijkheid ten opzichte van derden. Ook maakt de Hoge Raad duidelijk dat wanneer een vennootschap wettelijke voorschriften ter bescherming van het beleggend publiek heeft overtreden en daarvoor door derden aansprakelijk is gehouden, voor aansprakelijkheid van de bestuurders van die vennootschap nog steeds een persoonlijk ernstig verwijt vereist is. In deze bijdrage beperk ik mij tot een bespreking van deze onderwerpen.

Lees hier de gehele publicatie (pdf).

Damen & De Koning Advocaten - Hoge Raad handhaaft standpunt over externe persoonlijke Bestuurders-aansprakelijkheidDamen & De Koning Advocaten - Hoge Raad handhaaft standpunt over externe persoonlijke Bestuurders-aansprakelijkheid